Ons onderwijs
We werken vanuit drie waarden. Deze waarden zijn voor ons leidend in ons handelen. In hoe we naar het onderwijs kijken als middel om kinderen te helpen zichzelf te laten ontwikkelen, hoe we kijken naar wat we kinderen willen en kunnen bijbrengen en het gaat ook over hoe wijzelf werken als team, met ouders en onze omgeving.
- Vertrouwen – Voelen kinderen zich (sociaal) veilig genoeg om zich open te stellen ten opzichte van elkaar en van zichzelf? Hebben zij vertrouwen in eigen kunnen?
- Groei – Vinden kinderen op de Driemaster een omgeving waarin zij zich kunnen ontwikkelen?
- Betrokkenheid – Zijn kinderen betrokken bij elkaar en de wereld om hen heen?
Onze school is ingedeeld in een onderbouw (4–6 jaar), middenbouw (7–9 jaar) en bovenbouw (10–12 jaar). Iedere unit bestaat uit meerdere, heterogene stamgroepen. Dat betekent dat er verschillende leerjaren in een bouw zijn. Deze heterogene groepering geeft
de kinderen en ons nog meer mogelijkheden om van elkaar te leren, elkaar te ondersteunen en te helpen. Daarnaast hebben de kinderen meer ruimte om hun specifieke belangstelling te volgen door een breed aanbod in materialen en activiteiten. Deze organisatie is voor ons essentieel om kwalitatief hoogwaardig onderwijs te geven.
De basis voor het kind is de stamgroep. Dit is de plek waar de kinderen de dag starten, eten en drinken, waar verdiepende gesprekken worden gevoerd en waar ze elkaar, vanuit de veiligheid van de vaste groep, nog beter leren kennen. Kinderen moeten zich eerst veilig voelen om tot ontwikkeling te komen, dit vormt de basis van het pedagogisch handelen van de collega’s.
Wij werken met een horizontaal rooster. Dat betekent dat we werken met een taal-, reken- en wereldwijsblok, waarbij alle kinderen van de unit met hetzelfde ontwikkelgebied aan het werk zijn. Op deze wijze stemmen wij instructies, ondersteuning en verwerking goed op de kinderen af.
Wij zijn en blijven met elkaar in gesprek om te weten hoe het met de kinderen gaat. Dit doen we bijvoorbeeld tijdens het dagelijkse unitoverleg. De focus ligt hierbij op het ‘weten’ en niet op het meten. Hoe ontwikkelen de kinderen zich en wat kunnen wij aanpassen om ons onderwijs nog beter aan te laten sluiten bij wat onze kinderen nodig hebben. Maar ook tijdens schoolbrede overleggen zijn wij voortdurend met elkaar in gesprek over wat we zien en weten en waar nodig stellen we schoolontwikkeling bij of doen we kleine interventies.